Zelf geld maken
Het gewone standaardgeld - van euro's tot yen - zal altijd schaars blijven. Maar we kunnen op allerlei manieren onze eigen betaalmiddelen scheppen en de afhankelijkheid van dat geld verkleinen.
Is het eigenlijk niet vreemd dat veel maatschappelijke problemen domweg neerkomen op geldgebrek? Als er geld in overvloed was, konden we verzorgend en onderwijzend personeel fatsoenlijk belonen, het milieu beter beschermen en op zijn minst iedereen boven de armoedegrens houden. Waarom zou dat eigenlijk niet allemaal tegelijk kunnen? Wie bepaalt eigenlijk hoeveel geld er in totaal beschikbaar is? Waar komt het geld eigenlijk vandaan? Waarom eigenlijk altijd dat pijnlijke gekissebis over begrotingen, waarbij een miljoen méér voor het ene ministerie automatisch een miljoen minder voor het andere ministerie betekent? Kan de regering niet gewoon voldoende geld scheppen om ál haar maatschappelijke doelen te realiseren? Allemaal van die 'eigenlijk'-vragen waar de meeste mensen nooit bij stilstaan. En dat is jammer, want daardoor maken we ons veel afhankelijker van geld dan nodig is.
Geld, dat is dan ons 'standaardgeld': euro's, dollars, yen etcetera. En over dat standaardgeld kan ik hier kort zijn: daar is inderdaad veel te weinig van. Per definitie, want zo zit het geldsysteem in elkaar. Er is veel minder geld op aarde dan al nodig is om alle lopende schulden, inclusief die van overheden, bij de banken af te betalen. Dat wordt alleen maar erger en ook de regering kan daar niets aan doen. (Voor wie daar meer over wil weten: op de startpagina complementaire economie is een heleboel informatie over dit onderwerp te vinden, kijk onder de kopjes Geldschepping en Problemen met het geld).
Die schaarste is dus een gegeven. Kunnen we onszelf dan misschien minder afhankelijk maken van de beschikbaarheid van standaardgeld? Dat kan inderdaad! Dit is het werkterrein van de complementaire economie. Complementair, dat wil zeggen niet ter vervanging van de bestaande geldeconomie, maar in aanvulling hierop.
Hier volgen drie recepten om in een gemeenschap (dorp, stad, provincie, land...) de afhankelijkheid van standaardgeld te verkleinen.
1. Transacties in kringlopen tegen elkaar wegstrepen
Veel geld gaat in kringetjes rond. In een klein dorp loop je zelfs een grote kans dat je in de loop der tijd hetzelfde briefje van tien euro meerdere keren in handen krijgt. Alle transacties die er in de tussentijd mee betaald zijn hadden dus net zo goed zonder dat tientje uitgevoerd kunnen worden, als alle betrokkenen maar van elkaars vraag en aanbod hadden geweten. Voor kringlopen via betaalrekeningen geldt hetzelfde. Al het geld in kringlopen van transacties (dat wil zeggen geld dat niet bijdraagt aan netto verrijking of verarming) is in principe niet nodig om die transacties uit te voeren! Het is dus helemaal niet nodig dat dat geld bij elke stap in zo'n kring als betaalmiddel aanwezig is. Als we een kringloop in zijn geheel kunnen overzien kunnen we het daarmee gemoeide geld vrijmaken voor andere doeleinden. Een eerste stap naar een kleinere afhankelijkheid van geld is dan ook de invoering van een systeem van onderlinge kredieten. Daarin worden de transacties tussen de deelnemers niet in geld afgerekend, maar in een rekeningoverzicht van schuld en tegoed vastgelegd. Transacties in kringlopen vallen zo vanzelf tegen elkaar weg, en vergen daarom geen geld. Zo eenvoudig is het. Dit is het principe achter een LETS-systeem (Local Exchange Trading System), waarvan er in Nederland zo'n honderd zijn (zie LETScontact ).
2. Lokaal geld invoeren
Partijen in het economisch verkeer kunnen en mogen afspreken om onderling iets anders dan geld als betaalmiddel te accepteren (kijk bijvoorbeeld naar het groeiend aantal toepassingen van Airmiles). In aanvulling op het gewone geld kan een uitsluitend lokaal bruikbare geldvorm ingevoerd worden. Dit heeft een paar belangrijke voordelen. Ten eerste verlaat dat geld de gemeenschap niet, hetgeen rust en vertrouwen geeft. Ten tweede kan het lokale geld worden ontworpen met het oog op plaatselijke problemen, wensen en mogelijkheden. De afspraken rond het gebruik kunnen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting tegengaan, en milieuvriendelijk en sociaal gedrag bevorderen. De al genoemde systemen van onderling krediet (LETS) zijn in de regel gecombineerd met een lokale eenheid, die meestal alleen in de computer bestaat: Noppes in Amsterdam, Sterren in Utrecht, Pegels in Haarlem. Onder andere Qoin , Gelre Handelsnetwerken en Stichting Ander Geld bouwen inmiddels netwerken van bedrijven, consumenten, ideële instellingen en lokale gemeenschapsprojecten.
3. Schuldbekentenis als geld
Iedereen met een gewild product en een beetje goede naam kan geld scheppen door bij eigen betalingen een schuldbekentenis te schrijven en te beloven die later als betaling te zullen accepteren. Een voorbeeld. De bakker schrijft als betaling aan de slager een schuldbekentenis: 'Goed voor de producten van Bakker Bol, ter waarde van tien euro'. De slager kan het biljet weer in de bakkerszaak uitgeven, of bij een andere winkelier. Die heeft immers ook brood nodig. Mocht deze laatste dat niet bij Bakker Bol willen kopen, dan kan hij het biljet wel in een andere winkel kwijt, of als wisselgeld aan een klant geven. Iedereen die het vertrouwen heeft dat hij het biljet wel weer kan slijten, zal het ook accepteren als ware het een echt briefje van tien euro. Bakker Bol moet zijn beloften natuurlijk wel kunnen nakomen, dus de geldschepping moet in overeenstemming zijn met de productie van brood en banket. Maar gebrek aan betaalmiddel hoeft er niet te zijn. Ook lokale overheden kunnen zelf geld scheppen, door eenvoudig te garanderen dat ze het zullen accepteren als betaling van bepaalde belastingen.
Aan de slag!
U bent dus veel minder afhankelijk van geld dan u denkt, of u nu een particulier, een bedrijf of een andere instelling bent. Iedereen profiteert van een complementaire lokale economie, want die verlicht voor iedereen de vraag naar het altijd schaarse standaardgeld. En dan zwijg ik nog van de gunstige invloed op sociale cohesie en milieu, waar intussen ook boeken en websites over vol zijn geschreven.
Dus gemeenten, regionale besturen, ideële instellingen, banken, MKB, enthousiaste particulieren: ga eens samen rond de tafel zitten rekenen. Bovenstaande en andere recepten zijn uitvoerig gedocumenteerd te vinden via de al genoemde startpagina complementaire economie. De betrokken instellingen geven graag ondersteuning.
Dit artikel is ook verschenen op eKudos.
