Geld en de crisis in onze beschaving
(Vertaling van 'Money and the Crisis of Civilization' van Charles Eisenstein)
Stel, u geeft me een miljoen dollar met de instructies "Investeer dit winstgevend en ik zal u goed betalen". Ik heb zo'n mooi pak aan, dus waarom niet? Ik ga de straat op en deel stapels geld uit aan willekeurige voorbijgangers. Tienduizend dollar elk. Als tegenprestatie schrijft elk een schuldbekentenis voor twintigduizend dollar, te betalen over vijf jaar. Ik kom bij u terug en zeg "Kijk deze schuldbekentenissen eens! Ik heb een rendement van twintig procent per jaar op uw investering behaald". U bent erg tevreden en betaalt mij een enorme commissie.
Nu heb ik een grote stapel schuldbekentenissen, dus ik gebruik deze bezittingen als onderpand om nog mee geld te lenen, dat ik aan nog meer mensen uitleen, of aan anderen verkoop die hetzelfde doen als ik. Ik koop ook een verzekering voor het geval de schuldenaren niet kunnen betalen - en daar betaal ik voor met diezelfde schuldbekentenissen! Zo gaat het in het rond, met elke nieuwe lening als onderpand om nog meer geld te lenen. We harken allemaal grote commissies en bonussen binnen, terwijl de totale waarde van alle bezittingen die we uit die eerste miljoen dollar geschapen hebben, vijftig keer zo veel wordt.
Op zekere dag moeten de eerste schuldbekentenissen afbetaald worden. Maar raad eens? De persoon die zijn naam op de schuldbekentenis schreef kan me niet betalen. In feite kunnen veel van mijn leners dat niet. Ik probeer dit beschamende feit zo lang mogelijk stil te houden, maar al snel wordt u wantrouwig. U wilt uw miljoen dollar terug - in cash. Ik probeer de schuldbekentenissen en derivaten te verkopen, maar alle anderen zijn ook wantrouwig geworden, en niemand wil kopen. De verzekeraar probeert mijn verliezen te dekken, maar kan dat alleen doen door de schuldbekentenissen te verkopen die ik hem gegeven had!
Uiteindelijk grijpt de regering in en koopt de schuldbekentenissen, koopt de verzekeringsmaatschappijen vrij, en alle anderen met schuldbekentenissen en daarbovenop gestapelde derivaten. De totale waarde ervan is nu veel meer dan één miljoen dollar. Ik en mijn collega-ondernemers gaan met pensioen van de buit. De rest van de mensen betaalt ervoor.
Dit is het eerste niveau van wat in de afgelopen tien jaar in het financiëringswezen is gebeurd. Het is een enorme stroom van rijkdom naar de financiële elite, te betalen door Amerikaanse belastingbetalers, buitenlandse ondernemingen en regeringen, en uiteindelijk door de buitenlandse arbeiders, die de schuld van de USA indirect subsidiëren via de lagere koopkracht van hun loon. Echter, wie de huidige crisis alleen maar ziet als het resultaat van een grote oplichterij mist de ware betekenis ervan.
Ik denk dat we allemaal aanvoelen dat we het einde van een tijdperk naderen. Oppervlakkig gezien eindigt nu het tijdperk van de ongereguleerde financiële manipulatie in casinostijl. Maar de huidige pogingen van de politieke elites om de crisis op dit niveau te repareren zullen alleen maar haar diepere uitgebreidheid blootleggen. In feite gaat de crisis 'tot op de bodem'. Zij komt voort uit de aard van het geld en de eigendom in de wereld zelf, en zal blijven, en erger worden, tot het geld zelf omgevormd wordt. Een proces van eeuwen nadert zijn voltooiing.
Het geld zoals wij dat heden kennen heeft crisis en ineenstorting in het basisontwerp ingebouwd. Dat komt doordat geld rente vraagt, rente draagt en geboren wordt uit rente. Laten we, om te zien hoe dit werkt, teruggaan naar de basisprincipes van financiering. Geld wordt geschapen als iemand geld leent bij een bank (of, meer recentelijk, een verkapte banklening via een andere instantie). Een schuld is een belofte om in de toekomst geld te betalen, om vandaag iets te kunnen kopen; in andere woorden, geld lenen is een vorm van uitgestelde handel. Ik ontvang nu iets (gekocht met het geleende geld) en kom overeen om in de toekomst iets te geven (goederen of diensten die ik verkoop om met het geld de lening terug te betalen). Een bank of andere uitlener zal je normaal gesproken alleen geld willen lenen als er een redelijke verwachting is dat je het terug zal betalen; in andere woorden, als er een redelijke verwachting is dat je goederen of diensten van dezelfde waarde zal produceren. Deze 'redelijke verwachting' kan worden gegarandeerd in de vorm van onderpand of tot uitdrukking worden gebracht in iemands geregistreerde kredietwaardigheid.
Telkens als u geld gebruikt garandeert u in essentie "Ik heb goederen of diensten geleverd die in waarde gelijk zijn aan die ik nu koop." Als het om geleend geld gaat, zegt u dat u in de toekomst dergelijke goederen of diensten zult leveren.
Nu introduceren we rente. Wat motiveert een bank überhaupt om geld uit te lenen? Dat is rente. Rente drijft vandaag het scheppen van geld aan. Elke keer dat er door schuld geld geschapen wordt, wordt de behoefte geschapen om in de toekomst nog meer geld te scheppen. De hoeveelheid geld moet groeien, hetgeen betekent dat de hoeveelheid goederen en diensten ook moet groeien.
Als de geldhoeveelheid sneller groeit dan de hoeveelheid goederen en diensten ontstaat er inflatie. Als de geldhoeveelheid langzamer groeit - bijvoorbeeld door het stagneren van leningen - ontstaan er faillisementen, recessie of deflatie. De regering kan de geldhoeveelheid op verschillende manieren laten groeien of krimpen.
[De volgende alinea is in samenwerking met auteur Charles Eisenstein veranderd en is dus geen vertaling van de oorspronkelijke Engelse tekst in het online artikel]
Ten eerste kan zij geld lenen van de centrale bank, of, in het geval van Amerika, van de Federal Reserve. Dit geld komt terecht op bankrekeningen in verschillende banken in het land, hetgeen deze banken de mogelijkheid geeft om ongeveer negen keer deze hoeveelheid als gloednieuw geld te scheppen. Want, weet u, een bank leent geen bestaande tegoeden uit. Als een bank een lening uitgeeft, wordt dat geld nieuw gecreëerd en wordt de totale geldhoeveelheid op aarde vergroot. Als de lening later wordt terugbetaald, wordt het geld vernietigd. De capaciteit van een bank om geld uit te lenen (en dus te scheppen) is echter begrensd tot ongeveer 90% van de totale tegoeden van haar klanten. Maar als deze leningen gebruikt worden om iemand te betalen en zo terechtkomen op rekeningen bij dezelfde of een andere bank, telt dat nieuwe geld weer mee als een tegoed, zodat het banksysteem het recht krijgt om er nog eens 81% (90% van 90%) van de oorspronkelijke tegoeden bij te scheppen. En zo voort. Als je alle mogelijke nieuwe leningen in deze cascade bij elkaar optelt kom je op een totaal van negen keer het oorspronkelijke tegoed. Een eerste storting van honderd dollar 'regeringsgeld' van de centrale bank geeft het totale banksysteem dus de mogelijkheid om negenhonderd dollar aan nieuw geld te scheppen als leningen, en rente te vragen op elke van die negenhonderd dollar! (Banken gebruiken geld op tegoeden natuurlijk wel degelijk voor beleggingen, bijvoorbeeld om aandelen, land en gebouwen aan te kopen, en daarom is een 'run on the bank' de doodsteek voor elke bank. Maar ze lenen het niet uit.) Het uitgeven door de regering van geld, geleend van de centrale bank, is zodoende de basis voor geldcreatie. (Dit is natuurlijk afhankelijk van de bereidheid van de banken om uit te lenen! Bij een bevriezing van de kredieten, zoals deze week gebeurde, potten de banken de overtollige reserves op en hebben de herhaalde geldinjecties van de regering weinig effect.)
[Einde aanpassing.]
Een andere manier om de geldhoeveelheid te vergroten is om de eisen aan de marginale reserve te verlagen. Dit wordt in de praktijk zelden gedaan, tenminste niet direct. Echter, in de afgelopen tien jaar hebben verschillende soorten leningen buiten banken om de grenzen van de marginale reserve opgezocht, middels de verzameling van financiële instrumenten waar u in het nieuws over gehoord heeft. Het resultaat is dat elke dollar op tegoeden niet tot negen dollar aan nieuw geld is geëxpandeerd, zoals in het traditionele bankwezen, maar tot 70 of meer dollar. Hierdoor werden rendementspercentages mogelijk, die ver boven de van traditionele banken verkrijgbare 5 procent lagen, en daarmee ook bonuspakketten, groter dan in de hebzuchtigste dromen.
Elke nieuw geschapen dollar levert een dollar schuld op - meer dan een dollar zelfs, vanwege de rente. De schuld wordt uiteindelijk afgelost met producten en diensten, of met nog meer geleend geld, dat op zijn beurt afgelost kan worden met nog meer geleend geld... maar uiteindelijk wordt de schuld gebruikt om goederen en diensten mee te kopen. De rente moet ergens vandaan komen. Meer geld lenen om de rentebetalingen op een bestaande lening te kunnen doen stelt alleen de dag des oordeels uit, door de noodzaak om producten en diensten te creëren vooruit te schuiven.
Het hele systeem van rentedragend geld werkt goed zolang het volume producten en diensten blijft groeien. De crisis die we nu zien komt gedeeltelijk doordat er veel sneller nieuw geld geschapen is dan de bijbehorende producten en diensten, en veel sneller dan historisch houdbaar is gebleken. Er zijn maar twee wegen uit zo'n situatie: inflatie en faillisementen. Beide brengen de vernietiging van geld met zich mee. De huidige stuiptrekkingen van de financiële en politieke elites komen in feite neer op een futiele poging om beide te verhinderen. Hun eerste zorg is het voorkómen van de verdamping van geld door grootschalige faillisementen, want het is, tenslotte, hun geld.
Daarnaast is er een nog dieper gaande crisis aan de gang, een crisis in de creatie van goederen en diensten die de basis van het geld vormen, en het is deze crisis die de zeepbel in het vastgoed veroorzaakte, die nu van iedereen de schuld krijgt voor de huidige situatie. Laten we om dit te begrijpen duidelijk maken wat we verstaan onder een 'product' of een 'dienst'. In de economische wetenschap duiden deze woorden iets aan dat ingewisseld wordt voor geld. Als ik voor niets op uw kinderen pas tellen economen dit niet mee als een dienst. Het kan niet worden gebruikt om een schuld te betalen: ik kan niet naar de supermarkt gaan en zeggen "Ik paste vanmorgen op de kinderen van de buurman, geef me dus alsjeblieft eten." Maar als ik een kinderopvangcentrum open en u geld reken heb ik een "dienst" gecreëerd. Het BNP stijgt en de maatschappij is rijker geworden, volgens de economen.
Hetzelfde geldt als ik een bos omhak en het hout verkoop. Terwijl het nog overeind staat en onontginbaar is, geldt het niet als een "goed". Het wordt pas een "goed" als ik een weg aanleg voor het vervoer, mensen inhuur, het bos omhak en het hout vervoer naar een koper. Ik zet het bos om naar hout, een grondstof, en het BNP stijgt. Op dezelfde manier gaat, als ik een liedje schrijf en het gratis verspreid, het BNP niet omhoog en wordt de maatschappij niet als rijker beschouwd, maar als ik copyright uitoefen en het verkoop, wordt het een goed. Ik kan ook een traditionele gemeenschap zoeken die kruiden en sjamanistische technieken gebruikt om te genezen, hun cultuur vernietigen en hen afhankelijk maken van farmaceutische medicijnen die ze moeten kopen, hen van hun land af jagen zodat ze niet hun eigen voedsel kunnen verbouwen en voedsel moeten kopen, het land kaalslaan en hen inhuren op een bananenplantage - en ik heb de wereld rijker gemaakt. Ik heb dan verschillende functies, relaties en natuurlijke hulpbronnen binnen het rijk van het geld gebracht. In The Ascent of Humanity beschrijf ik dit proces diepgaand: de verandering van sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal, cultureel kapitaal en spiritueel kapitaal in geld.
Om de economie te kunnen laten blijven groeien en het (op rente gebaseerde) geldsysteem levensvatbaar te laten blijven, moet steeds meer van de natuur en menselijke relaties in geld omgezet worden. Een voorbeeld. Dertig jaar geleden werden de meeste maaltijden thuis bereid; vandaag worden twee van de drie maaltijden buitenshuis bereid, in restaurants of fast-foodzaken in de supermarkt. Een ooit onbetaalde functie, koken, is een 'dienst' geworden. En wij zijn er rijker van geworden. Toch?
Een andere belangrijke motor achter de economische groei, zorg voor kinderen, heeft ons ook rijker gemaakt. We zijn nu verlost van de last van het zorgen voor onze eigen kinderen. In plaats daarvan betalen we er experts voor, die het veel efficiënter kunnen doen.
In vervlogen tijden was vermaak ook een gratis functie waar iedereen aan meedeed. Iedereen bespeelde een instrument, zong, deed mee aan voorstellingen. Slechts 75 jaar gelden had in Amerika elk stadje zijn eigen straatorkest en baseballteam. Nu betalen we voor deze diensten. De economie is gegroeid. Hoera.
De crisis waar we vandaag voor staan komt voort uit het feit dat er bijna geen sociaal, natuurlijk, cultureel en spiritueel kapitaal meer in geld om te zetten valt. Eeuwen, millennia van bijna permanente geldschepping heeft ons zo behoeftig gemaakt dat we niets meer te verkopen hebben. Onze bossen zijn onherstelbaar beschadigd, onze grond verarmd en in de zee gespoeld, onze visgronden leeggevist, het vermogen van de aarde om afval te recyclen uitgeput. Onze culturele schatkamer van liederen, verhalen en beelden is geplunderd en bezet met copyright. Elke slimme zin die je kan bedenken is al een slogan met een handelsmerk. Onze menselijke relaties en vaardigheden zijn van ons afgepakt en terugverkocht, zodat we nu afhankelijk zijn van vreemden, en daardoor van geld, voor dingen waar tot voor kort slecht weinigen ooit voor betaalden: voedsel, onderdak, kleren, vermaak, kinderzorg, koken. Het leven zelf is een consumentenartikel geworden. Vandaag verkopen we de laatste resten van onze goddelijke nalatenschap: onze gezondheid, de biosfeer en ons genoom, zelfs onze geest. Dit is het proces dat zijn top bereikt in ons tijdperk. Het is bijna voltooid, vooral in Amerika en de 'ontwikkelde' wereld. In de ontwikkelingslanden zijn er nog steeds mensen die voornamelijk in geschenkculturen leven, waar natuurlijke en maatschappelijke welvaart nog niet het onderwerp is van bezit. Globalisering is het wegstropen van deze verworvenheden, om de onverzadigbare, existentiële groeibehoefte van de geldmachine te voeden. Toch loopt dit afstrippen van andere landen tegen zijn grenzen aan, zowel omdat er bijna niets meer te halen valt als omdat er haarden van effectief verzet aan het groeien zijn.
Het resultaat is dat de geldhoeveelheid - en de daarmee corresponderende schuld - al tientallen jaren de productie van de goederen en diensten, die ze belooft, vooruitsnelt. Het heeft alles te maken met het klassieke probleem van overproductie in kapitalistische economieën. Zolang er nieuwe bedrijfstakken en markten met hoge winsten ontwikkeld kunnen worden, die de vicieuze cirkel van dalende winsten, dalende lonen, verminderde consumptie en overproductie in volgroeide bedrijfsbranches compenseren, kan de door Marx voorspelde crisis van het kapitaal vooruit worden geschoven. Het voortduren van het kapitalisme, zoals wij dat kennen, is afhankelijk van een onbeperkte voorraad van zulke nieuwe industrieën, die in essentie onbeperkte gebieden van sociaal, natuurlijk, cultureel en spiritueel kapitaal in geld om moeten zetten. Het probleem is dat deze bronnen eindig zijn, en hoe dichter ze de uitputting naderen, des te pijnlijker wordt hun ontginning. Zodoende hebben we tegelijk met een financiële crisis een ecologische crisis en een gezondheidscrisis. Ze zijn nauw met elkaar verbonden. We kunnen niet veel meer van de aarde of onze gezondheid in geld omzetten voor de basis van het leven zelf in gevaar komt.
Nu het geconfronteerd wordt met de uitputting van het nog niet in geld omgezette deel van de wereld, heeft het financiële kapitaal geprobeerd het onvermijdelijke te vertragen door zichzelf te kannibaliseren. De dot-com zeepbel uit de jaren negentig toonde aan dat het productieve deel van de economie de geldgroei niet langer kon bijhouden. Daarom, om de onvermijdelijke crash uit te stellen, verlaagde de Fed de rente drastisch en liet het monetaire beleid verslappen, zodat oude schulden met nieuwe betaald konden worden (in plaats van met echte goederen en diensten). De nieuwe financiële goederen en diensten die ontstonden waren nep, artefacten van bedrieglijk boekhouden op een enorme, systematische schaal.
Vanzelfsprekend kan de praktijk van nieuw geld lenen om hoofdsom en rente van oude schulden te betalen het niet lang volhouden, maar dat is wat de economie als totaal nu al tien jaar doet. Helaas zal gewoonweg stoppen met deze praktijk het onderliggende probleem niet oplossen. Een instorting komt er aan, onvermijdelijk. Het bailout-plan van de Amerikaanse regering zal deze op zijn best een jaar of twee uitstellen (wie weet, mischien tot 2012!), lang genoeg voor de grote spelers om hun geld naar een veilig toevluchtsoord te brengen. Ze zullen echter ontdekken dat er geen veilig toevluchtsoord bestaat. Wanneer de Amerikaanse dollar haar status van veilig toevluchtsoord verliest (hetgeen des te zekerder zal gebeuren als de regering de kwalijke schulden van Wall Street overneemt) kun je verwachten dat het kapitaal in een golf van inflatie verschillende grondstoffen zal najagen, vóór een deflationaire depressie voet aan de grond krijgt. Als een bevriezing van de kredieten de inflationaire maatregelen van de regering te sterk af is, zal de depressie nog sneller komen.
De huidige crisis is in feite het laatste stadium van wat begon in de jaren 1930. Oplossingen voor het fundamentele probleem - van het gelijke voet houden met geld dat groeit met het tempo van de rentevoet - zijn elkaar opgevolgd en werken niet meer. De eerste effectieve oplossing was oorlog, een toestand die sinds 1940 permanent is. Kernwapens en een verschuiving in het menselijke bewustzijn hebben deze oplossing van eindeloze militaire expansie een halt toegeroepen. Andere oplossingen - globalisering, de door technlogie mogelijk gemaakte ontwikkeling van nieuwe producten en diensten die nooit eerder vercommercialiseerde menselijke functies hebben vervangen, en de door technologie mogelijk gemaakte plundering van natuurlijke hulpbronnen die ooit verboden toegang waren, en tenslotte financieel zelf-kannibalisme - hebben op dezelfde manier hun loop gehad. Tenzij er werelden van welvaart zijn die ik nog niet overwogen heb, en nieuwe diepten van armoede, ellende en vervreemding waarin we kunnen storten, kan het onvermijdelijke niet veel langer uitgesteld worden.
In het aangezicht van de komende crisis vragen mensen vaak wat ze kunnen doen om zichzelf te beschermen. "Goud kopen? Conserven hamsteren? Een versterkt toevluchtsoord bouwen in een afgelegen gebied? Wat moet ik doen?" Ik zou een andere vraag willen voorstellen: "Wat is het mooiste dat ik kan doen?" Ziet u, de aankomende crisis betekent een schitterende buitenkans. Deflatie, de vernietiging van geld, is alleen een absoluut kwaad als de schepping van geld een absoluut goed is. Nochtans kunt u aan de voorbeelden die ik gegeven heb zien, dat de schepping van geld ons op vele manieren verarmd heeft. De vernietiging van geld moet dus de potentie hebben om ons te verrijken. Het geeft de gelegenheid om delen van de verloren publieke samenleving terug te eisen uit het rijk van geld en bezit.
We zien dit in feite elke keer gebeuren als er een economische recessie is. Mensen kunnen niet langer betalen voor diverse goederen en diensten en moeten daarom in plaats daarvan zich wenden tot vrienden en buren. Waar er geen geld is om transacties af te handelen, ontspringen geschenkeconomieën en worden nieuwe vormen van geld gecreëerd. Gewoonlijk vechten mensen en instituties tot het laatst om dat te voorkomen. De eerste reflex bij een economische crisis is om geld te verdienen en te houden - om de omzetting wat alles wat je kan in geld te versnellen. Op systeemniveau veroorzaakt de schuldenlast een enorme druk om de vercommercialisering van al het gemeenschappelijke uit te breiden. We zien dit gebeuren bij de oproepen om in Alaska naar olie te boren, om in de diepzee te boren, en zo voort. Het is nu echter de tijd om serieus te beginnen met het omgekeerde proces - om dingen uit het rijk van producten en diensten weg te halen en ze terug te geven aan het rijk van geschenken, wederkerigheid, zelfredzaamheid en delen in gemeenschap. Let wel: dit gaat so wie so gebeuren in het spoor van een instorting van de munt, als mensen hun baan verliezen of te arm worden om dingen te kopen. De mensen zullen elkaar helpen en echte gemeenschappen zullen ontstaan.
In de tussentijd zal alles wat we doen, om sociale of natuurlijke hulpbronnen tegen de omzetting in geld te beschermen, de ineenstorting versnellen e n de hardheid ervan verzachten. Elk bos dat u redt van ontginning, elke weg die u tegenhoudt, elke coöperatieve speelgroep die u opricht; iedereen die u leert om zichzelf te genezen, of om hun eigen huis te bouwen, hun eigen voedsel te koken en hun eigen kleren te maken; al de welvaart die u creëert of toevoegt aan het publieke domein; alles wat u buitenspel zet voor de wereldverslindende machine, zal de levensduur van de Machine helpen verkorten. Zie het zo: als u nu al voor een deel van de noodzakelijkheden en genoegens van het leven niet van geld afhankelijk bent, zal een instorting van het geld voor u een minder harde overgang betekenen. Hetzelfde geldt voor het sociale niveau. Elk netwerk, elke gemeenschap of elke institutie dat geen vehikel is voor de omzetting van leven in geld zal het leven ondersteunen en verrijken na het geld.
In eerdere essays [1] heb ik alternatieve geldsystemen beschreven, gebaseerd op wederzijds krediet en demurrage, die niet de omzetting in geld aanjagen van alles wat goed, eerlijk en mooi is. Deze belichamen een menselijke identiteit, een zelfbeeld, die fundamenteel verschillen van wat vandaag domineert. Niet langer zal het waar zijn, dat meer voor mij minder voor jou is. Op een persoonlijk niveau is de diepst mogelijke revolutie die we kunnen belichamen een revolutie in ons zelfbeeld, in onze identiteit. Het begrensde en afgescheiden zelf van Descartes en Adam Smith heeft zijn tijd gehad en is verouderd. We realiseren ons onze verbondenheid met elkaar en met de totaliteit van al het levende. Rente ontkent deze verbondenheid, want het eist groei van het afgescheiden zelf ten koste van iets buiten ons, iets anders. Waarschijnlijk is iedereen die dit essay leest het eens met de principes van onderlinge verbondenheid, hetzij vanuit een Boeddhistisch, hetzij vanuit een ecologisch perspectief. De tijd is gekomen om er naar te leven. Het is tijd om de geestesgesteldheid van het weggeven binnen te treden, die het doorvoelde begrip van niet-gescheidenheid belichaamt. Het wordt overvloedig duidelijk dat minder voor jou (in alle dimensies) ook minder voor mij is. De ideologie van voortdurend gewin heeft ons naar een toestand van armoede gebracht die zo behoeftig is dat we naar adem snakken. Die ideologie, en de beschaving die erop gebouwd is, is vandaag aan het instorten.
Alles wat we doen om de ineenstorting te verhinderen of uit te stellen, individueel of collectief, zal die alleen maar erger maken. Hou dus op met weerstand te bieden aan de revolutie in het menselijk zijn. Als u de meervoudige crises, die zich nu ontvouwen, wil overleven, probeer dan niet ze te overleven. Dat is het dogma van afscheiding; dat is weerstand, een vastklampen aan een stervend verleden. Laat in plaats daarvan uw perspectief verschuiven naar weer samen komen, en denk in termen van wat u kan geven. Wat kan u bijdragen aan een mooiere wereld? Dat is uw enige verantwoordelijkheid en uw enige zekerheid. De geschenken die u nodig heeft om te overleven en te genieten zullen gemakkelijk naar u toe komen, want wat u aan de wereld doet, doet u aan uzelf.
